Het overtreden van coronamaatregelen op de werkvloer: reden voor ontslag op staande voet?

Inleiding

Het advies vanuit de overheid luidt: werk zoveel mogelijk thuis. Dit laat onverlet dat het bij de uitoefening van sommige beroepen onmogelijk is om vanuit thuis te werken. Daarnaast zal fysiek contact niet in alle gevallen vermeden kunnen worden. Op werkgevers rust de zorgplicht om werknemers een gezonde en veilige werkomgeving te bieden. Het treffen van aanvullende veiligheidsmaatregelen is voor werkgevers onvermijdelijk. Dit geldt temeer in die situaties waarin thuiswerken niet, dan wel beperkt mogelijk is. Maar wat als deze maatregelen in tijden van corona door werknemers aan hun laars gelapt worden? Inmiddels is een aantal gevallen bekend waarin de werkgever de werknemer op staande voet heeft ontslagen wegens het overtreden van coronamaatregelen. Levert dit echter wel een dringende reden op voor ontslag op staande voet? Of dit het geval is, blijkt uit de volgende uitspraken.


De rechtspraak

Het openen van een restaurant

In de zaak waarover de Rechtbank Rotterdam moest oordelen, ging het over een werknemer van de Burger King.[1] De werknemer was 58 jaar oud en werkte vrijwel 20 jaar voor dezelfde vestiging. Deze vestiging beschikte over zowel een restaurant als een drive-thru. In maart van dit jaar is door de overheid de maatregel opgelegd dat restaurants gesloten moesten blijven. Dit met het doel om het aantal coronabesmettingen te verminderen. De drive-thru mocht daarentegen open blijven. Desondanks had de werknemer besloten om het restaurant te openen. Dit terwijl een collega reeds van tevoren nogmaals uitdrukkelijk te kennen had gegeven dat zulks niet was toegestaan. Bovendien had de werknemer het restaurant buiten medeweten van zijn leidinggevende om geopend. Op social media verschenen vervolgens allerlei negatieve berichten over het filiaal, waaronder: ‘’Burger King [locatie vestiging] is gewoon open. Heeeeeel erg raar en onverantwoordelijk dit. Ik zou graag van Burger King horen hoe dit kan?”


Het handelen van de werknemer vormde voor de Burger King een reden om de betreffende werknemer op staande voet te ontslaan. Naar de mening van Burger King was overduidelijk sprake van imagoschade en had hij met zijn handelen de gezondheid van gasten in gevaar gebracht.


De werknemer was het oneens met het ontslag op staande voet en wendde zich tot de kantonrechter. Deze was van oordeel dat de werknemer had kunnen weten dat restaurants gesloten moesten blijven. Dit geldt temeer nu de betreffende werknemer hierop tevens door een collega was gewezen. De kantonrechter overweegt dat het op de weg van de werknemer had gelegen om navraag te doen bij zijn leidinggevend alvorens het restaurant te openen. Dit had de werknemer niet gedaan. Dat de Burger King hierdoor imagoschade had geleden, stond – gelet op alle negatieve berichten op social media – buiten kijf. Bovendien had de werknemer een gevaar zettende situatie in het leven geroepen. Door het openen van het restaurant werd de gezondheid van klanten in gevaar gebracht. Het ontslag op staande voet was daarmee, ondanks de leeftijd van de werknemer en zijn lange dienstverband, terecht gegeven.


Dit is overigens niet de enige zaak waarin Burger King te maken heeft gehad met een opmerkelijk ontslag op staande voet.[2] In 2015 werd een werkneemster van Burger King namelijk op staande voet ontslagen doordat zij teveel augurken op een hamburger had gedaan. De klant had verzocht om extra augurken. In reactie hierop had de werkneemster tientallen augurken in het broodje gepropt. Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba oordeelde als volgt.


Het professioneel bereiden van voedsel of maaltijden voor derden was volgens het Gerecht in een serieuze aangelegenheid en verantwoordelijkheid. Door op het door de klant met wat extra augurk bestelde broodje hamburger zo ongeveer een hele pot augurken te doen, had de werkneemster niet alleen blijk gegeven volstrekt ongeschikt te zijn als professioneel bereidster van voedsel of maaltijden, maar had zij ook de Burger King op ontoelaatbare wijze in een kwaad en schadelijk daglicht gesteld. Het ontslag op staande voet bleef zodoende in stand.


Een omhelzing op de werkvloer

Een andere zaak waarover de Rechtbank Rotterdam moest oordelen ging over een werknemer die werkzaam was voor KwikFit. De werknemer had de persoon in kwestie (lees: een HR-adviseur) ondanks de genomen coronamaatregelen binnen het bedrijf omhelsd.[3] Toen de werknemer voor het eerst sinds lange tijd weer fysiek op locatie was, wilde hij de HR-adviseur een hand geven. De HR-adviseur weigerde echter om de werknemer een hand te geven. De werknemer pakte vervolgens de HR-adviseur met beide handen op zijn schouders vast en omhelsde hem. Vervolgens liep de werknemer naar de receptie om de HR-adviseur voor een tweede keer te begroeten. Dit deed hij door zijn linker arm uit te strekken naar de HR-adviseur. Vervolgens ging de werknemer vlak naast de HR-adviseur staan.


Overduidelijk blijkt dat de werknemer bij zijn handelen de anderhalve meter-maatregel niet in acht had genomen. De werknemer werd vervolgens geschorst en kort daarna op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief was opgenomen dat KwikFit het handelen van de werknemer als bedreiging en poging tot (zware) mishandeling had gekwalificeerd. De werknemer was het hiermee niet eens en heeft vervolgens de kantonrechter verzocht om het ontslag op staande voet te vernietigen. KwikFit had vervolgens een tegenverzoek ingediend, waarin zij de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Dit voor zover het ontslag op staande voet niet overeind zou blijven.


De kantonrechter was van mening dat het ontslag op staande voet onterecht was gegeven. Naar de mening van de kantonrechter stond vast dat de werknemer zich provocerend en onverantwoordelijk had gedragen. Van de werknemer in kwestie had men anders mogen verwachten. Dit omdat de werknemer een leidinggevende functie had. Daarmee was hij een voorbeeld voor zijn collega’s. Daarentegen bleek uit de overgelegde camerabeelden dat ook andere collega’s zich aantoonbaar niet aan de anderhalvemeter-regel hadden gehouden tijdens het verrichten van hun werkzaamheden achter de receptie. Bovendien had het handelen van de werknemer niet tot (gezondheids)schade geleid. De kantonrechter vernietigt daarom het ontslag op staande voet.


Betekende dit dat de werknemer zijn werkzaamheden binnen KwikFit weer kon hervatten? Nee. KwikFit had namelijk nog een ontbindingsverzoek ingediend. De kantonrechter was van mening dat de arbeidsverhouding tussen de werknemer en KwikFit dusdanig was verstoord dat van KwikFit in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De werknemer had meermaals de geldende arbeidsvoorschriften overtreden en was hiervoor tevens gewaarschuwd. Voorts had de werknemer in september 2018 een loonsanctie opgelegd gekregen voor het nuttigen van alcohol in het filiaal. Op dat moment had KwikFit de werknemer reeds een laatste waarschuwing gegeven. De werknemer werd derhalve alsnog ontslagen.


Conclusie

Uit de bovenstaande uitspraken blijkt dat verschillend wordt geoordeeld over het in stand blijven van een ontslag op staande voet. In elk geval kan het overtreden van coronamaatregelen leiden tot een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het antwoord op de vraag of een ontslag op staande voet uiteindelijk standhoudt, zal beoordeeld moeten worden aan de omstandigheden van het geval.


Mocht u vragen hebben over corona en/of ontslag, schroom dan niet om contact op te nemen met een van onze arbeidsrechtspecialisten.

[1] Rechtbank Rotterdam, 28 augustus 2020 ECLI:NL:RBROT:2020:7567. [2] Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 18 augustus 2015, ECLI:NL:OGEAA:2015:206. [3] Rechtbank Rotterdam, 14 augustus ECLI:NL:RBROT:2020:7517.

Uitgelichte berichten
Recente berichten