Ouder werkt niet mee aan zorgregeling.



Het recht op contact met het kind is een fundamenteel recht van zowel kind als ouder. De ouder die het gezag heeft over het kind heeft de verplichting om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen. Zo nodig kan de rechter de verzorgende ouder verplichten, indien deze ouder niet meewerkt aan een zorgregeling, tot naleving van de plichten die hij of zij heeft met betrekking tot het recht op omgang van de andere ouder en hun kind. Deze ouder kan middels het inschakelen van een advocaat een verzoek neerleggen bij de rechter. Voor de rechter zal het uitgangspunt zijn dat het kind recht heeft op contact met beide ouders. Maar wat te doen als de uitspraak van de rechter door de ouder of de gezinsvoogd niet wordt nageleefd?


Ouder werkt niet mee

Indien de verzorgende ouder geen medewerking verleent aan de zorgregeling dan wordt deze ouder, nog voor er een procedure bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt, aangeschreven. In de brief die de advocaat aan de ouder stuurt wordt de ouder een laatste termijn gegeven (gesommeerd) om alsnog mee te werken. Middels deze brief kan overleg tot stand komen of kan aangegeven worden waarom de ouder niet meewerkt. De ouder zou bijvoorbeeld van mening kunnen zijn dat het niet in het belang van het kind is om op dat moment contact te hebben met de andere ouder.


Mocht de brief niet baten en mocht geen overleg meer mogelijk zijn, dan kan de niet verzorgende ouder een kort geding procedure (spoedprocedure) starten om daarmee het contact af te dwingen en aan de nakoming van de zorgregeling een dwangsom te laten koppelen, waardoor de verzorgende ouder wordt gestimuleerd toch mee te werken. Deze kort geding procedure kan door een advocaat worden gestart en er wordt dan binnen enkele weken uitspraak gedaan.


Als een dwangsom is gekoppeld aan de naleving van de regeling wordt het vonnis aan de andere ouder betekend. Er zal een termijn zijn opgenomen waarbinnen de andere ouder medewerking moet verlenen, bijvoorbeeld bij het eerstvolgende contactmoment. Komt deze ouder opnieuw de zorgregeling niet na, dan wordt een dwangsom verbeurd.


Als na dit kort geding (terwijl de rechtbank heeft bepaald dat het contact moet worden hervat) nog steeds niet aan de regeling wordt meegewerkt kan de rechter worden verzocht lijfsdwang te bepalen. Dit houdt in dat, als er niet wordt meegewerkt, sprake kan zijn van gijzeling van de ouder die niet meewerkt. Dit dwangmiddel wordt alleen in uitzonderlijke situaties toegepast. In de meeste gevallen zal een dwangsom volstaan of wordt aan de rechter verzocht door één van partijen om een andere zorgregeling vast te stellen.


In gevallen waarin de situatie dusdanig is opgelopen dat de ene ouder het kind probeert weg te houden bij de andere ouder en geen enkel contact meer toestaat tussen de andere ouder en het kind, kan de rechter bepalen dat de kinderen bij de andere ouder gaan wonen. Het gaat dan wel om een uitzonderingssituatie.


Gezinsvoogd werkt niet mee

In situaties waarin een gezinsvoogd betrokken is, omdat een minderjarige onder toezicht van een instantie is gesteld, geldt het volgende. Een gezinsvoogd kan bij het gezin betrokken zijn wegens verschillende omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld de situatie waarbij de strijd omtrent de zorgregeling dusdanig ernstig wordt dat een kind door de rechter onder toezicht wordt gesteld.

Een gezinsvoogd heeft onder meer de taak de zorgregeling te bevorderen. Indien de rechter een regeling heeft bepaald is het niet de taak van de gezinsvoogd om opnieuw te beoordelen of deze regeling wel of niet in het belang van het kind is. Dit is immers al door de rechter getoetst. De ouders dienen de regeling na te komen en de gezinsvoogd begeleidt de ouders daarbij.


Lukt het de gezinsvoogd niet om de regeling op gang te krijgen dan heeft de gezinsvoogd de mogelijkheid de zaak (opnieuw) aan te brengen bij de rechtbank, bijvoorbeeld om de rechtbank te verzoeken de vastgestelde regeling te wijzigen. Een verzoek tot wijziging van de zorgregeling kan nodig zijn indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden.


Ook kan de gezinsvoogd de ouders een zogenaamde “schriftelijke aanwijzing” geven, die door de ouder dient te worden opgevolgd. Indien de ouder alsnog geen medewerking verleent kan de gezinsvoogd zich wenden tot de rechtbank met het verzoek te bepalen dat de ouder de aanwijzing dient op te volgen. Ook de ouder heeft de mogelijkheid in beroep te gaan tegen de schriftelijke aanwijzing.


Mocht de gezinsvoogd geen actie ondernemen en de totstandkoming van het contact niet bevorderen dan kan een advocaat de gezinsvoogd aanschrijven om allereerst middels overleg alsnog ervoor te zorgen dat contact plaatsvindt. Lukt dit niet, dan kan er, eveneens middels een advocaat, geprocedeerd worden.


De gezinsvoogd heeft dus middelen ter beschikking om contact tot stand te brengen. Als de rechtbank een regeling uitspreekt dienen ouders deze regeling na te leven. Ik ga er dan vanuit dat er geen wijzigingen in de situatie zijn waardoor een wijziging in de omgang op zijn plaats zou kunnen zijn; in dat geval kan de zaak opnieuw aan de rechter worden voorgelegd. Ook de gezinsvoogd heeft niet de vrijheid zelfstandig te bepalen dat de regeling niet in het belang is van de kinderen en dus niet nageleefd hoeft te worden. Het is juist aan de gezinsvoogd om ook in gecompliceerde situaties het contact tussen ouder en kind te bevorderen. Lukt dit niet door middel van overleg dan kan de gezinsvoogd zich tot de rechter wenden. Het kan dan ook niet zo zijn dat de gezinsvoogd de uitspraak van de rechter naast zich neerlegt. Dit zou in strijd zijn met de rechtszekerheid.


Kortom, lukt het niet om in overleg met de andere ouder of de gezinsvoogd contact tot stand te brengen dan kan de kwestie (met spoed) aan de rechter worden voorgelegd. De rechter zal dan consequenties verbinden aan het niet naleven van de zorgregeling, indien het contact in het belang van het kind wordt geacht. Daarnaast is er altijd de mogelijkheid, als er sprake is van een wijziging van omstandigheden, de rechter te verzoeken een andere regeling vast te stellen. Nu het in dat geval gaat om een langdurigere procedure kan er binnen deze procedure worden verzocht aan de rechter een voorlopige beslissing te nemen, zodat u toch op korte termijn weer contact met uw kind kunt krijgen.


Speelt één van voornoemde situaties ook in uw leven, neem dan gerust contact op voor het inplannen van een (vrijblijvend) intakegesprek zodat wij samen voor u naar een passende oplossing kunnen zoeken.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon