Eindelijk vergoeding van affectieschade


Na lang wachten hebben nabestaanden en naasten van slachtoffers per 1 januari 2019 ook recht op een vergoeding van smart die zij hebben geleden. Bij deze zogenaamde affectieschade gaat het om een vergoeding voor het verdriet en leed die nabestaanden of naasten ondervinden doordat het slachtoffer ernstig gewond is geraakt of overleden is, als gevolg van bijvoorbeeld een verkeersongeval of geweldsmisdrijf.[1]


Eerder was het voor nabestaanden – sinds het Kindertaxi arrest (2002) – al wel mogelijk om een vergoeding voor shockschade te vorderen. Echter bij een vergoeding van shockschade moest sprake zijn van (1) een confrontatie met de ernstige gevolgen van een schokkende gebeurtenis met (2) geestelijk letsel tot gevolg (3) bij iemand met een nauwe affectieve relatie tot het slachtoffer. Als aan deze strenge eisen werd voldaan kwam de volledige schade wel voor vergoeding in aanmerking, maar mocht dat niet het geval zijn dan bestond er helemaal geen compensatie voor nabestaanden en naasten. Voor het verlies, verdriet en leed bestond sec immers geen separate vergoeding voor hen. En dat was dan toch extra ‘pijnlijk’ voor bijvoorbeeld ouders van een als gevolg van een bij een aanrijding overleden of ernstig gehandicapt geraakte kind.


Met de wetswijziging van artikel 6:107 en 6:108 van het Burgerlijk Wetboek is de positie van nabestaanden en naasten nu aanzienlijk verbeterd. De wetswijziging voor affectieschade heeft geen terugwerkende kracht, maar biedt vanaf 1 januari 2019 wel de mogelijkheid om naast shockschade tevens (of alleen) affectieschade geldend te maken. Zonder nadere eisen komt een beperkte kring van gerechtigden (o.m. echtgenoten, ouders en kinderen) in aanmerking voor een vergoeding van affectieschade. De aanspraak is een beperkte vergoeding, waarvan de omvang op basis van vooraf vastgestelde categorieën van bedragen wordt bepaald. De hoogte van de vergoedingen variëren - zoals weergegeven in de tabel - tussen 12.500,- en 20.000,- euro en zijn naast de relatie tot het slachtoffer afhankelijk van de oorzaak (wel of geen misdrijf) en gevolgen (overlijden of ernstig blijvend letsel) voor het slachtoffer.


De vergoeding van affectieschade kan alleen worden toegekend in situaties van ernstig en blijvend letsel. Een blijvende functiestoornis van 70% - zoals bij een hoge dwarslaesie vanaf de nek - wordt in ieder geval aangemerkt als ernstig letsel. De wetgever heeft over de termen ‘ernstig’ en ‘blijvend’ in de memorie van toelichting ook aangegeven dat deze nadere duiding in de rechtspraktijk zal behoeven. Bij die duiding en verdere ontwikkeling ligt er ook een taak voor letselschadeadvocaten. Ook in gevallen waarin de functiestoornis dus minder is dan 70% kan een vergoeding voor affectieschade gevorderd worden. Niet alleen in civiele zaken is die ruimte er. De vergoeding van affectieschade kan sinds de wetswijziging voor naasten en nabestaanden ook - of misschien juist - via een voeging in strafzaken gevorderd worden. Dat kan dan wel alleen bij strafbare feiten die zijn gepleegd op of na 1 januari 2019.

[1] Kamerstukken II 2014/15, 34257, 3 p. 3 (MvT)

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon