Ontslag vlak voor pensioen: hoe zit het met de transitievergoeding?


De transitievergoeding

Wanneer een werknemer wordt ontslagen, is de werkgever onder omstandigheden een transitievergoeding verschuldigd. Het doel van een transitievergoeding is tweedelig. Enerzijds biedt de transitievergoeding een financiële compensatie voor de werknemer voor het baanverlies. Anderzijds bevordert de transitievergoeding de transitie van werk naar werk.

Als een werknemer minimaal twee jaar in dienst is geweest bij een werkgever voordat deze werd ontslagen, dan heeft de werknemer in veel gevallen recht op een transitievergoeding. Voor het recht op een transitievergoeding dient de arbeidsovereenkomst te zijn opgezegd door de werkgever of op verzoek van de werkgever te worden ontbonden. Verder ontstaat er ook een recht op transitievergoeding wanneer de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet en men voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan, die tussentijds kan worden opgezegd en ingaat na een tussenpoos van ten hoogste zes maanden.

Wanneer een werknemer op staande voet wordt ontslagen, heeft deze geen recht op een transitievergoeding. Ook heeft een werknemer geen recht op transitievergoeding wanneer deze zelf ontslag neemt of als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Daarnaast zijn er ook andere gevallen waarin de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd is. Zo is de werkgever onder meer geen transitievergoeding verschuldigd wanneer de werknemer de leeftijd van 18 nog niet heeft bereikt, gemiddeld minder dan 12 uur per week werkt of als de werkgever failliet is verklaard.

De transitievergoeding bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd

Maar hoe zit het met een bijna pensioengerechtigde werknemer die langdurig arbeidsongeschikt is? Na twee jaar ziekte is het in principe mogelijk om de werknemer te ontslaan. Kan de werknemer worden ontslagen zonder een transitievergoeding aan hem of haar toe te kennen? Immers, in zo’n geval kan het zo zijn dat de transitievergoeding hoger uitvalt dan de hoogte van het loon dat de werknemer zou hebben genoten tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De vraag of een werknemer ook in zo’n geval recht heeft op een (volledige) transitievergoeding is op 5 oktober 2018 door de Hoge Raad beantwoord.[1]

In de zaak waarover de Hoge Raad moest oordelen, ging het over een docent Frans die door zijn werkgever werd ontslagen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. De werkgever zag vervolgens geen reden om aan de docent een transitievergoeding toe te kennen. De reden hiervoor was dat de werknemer bijna zijn pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Zodoende achtte de werkgever de kans klein dat de werknemer voor zijn pensioen nog op zoek zal gaan naar een andere baan. Daarnaast zou er ook sprake zijn van een gering inkomensverlies. De werknemer was het hier echter niet mee eens en vorderde vervolgens in rechte een transitievergoeding van € 73.541,42.

De Rechtbank

De rechter in eerste aanleg oordeelde dat de docent recht had op een gedeeltelijke transitievergoeding. Gezien de leeftijd en de IVA-uitkering van de docent nam de rechter aan dat de docent geen andere werk meer zal vinden voordat hij de pensioengerechtigde zal bereiken. In dat kader oordeelde de rechter dat de situatie vergelijkbaar was met die van een werknemer die na zijn pensioengerechtigde leeftijd werd ontslagen. Derhalve zou een volledige transitievergoeding in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid. De rechter kende echter wel nog een bedrag van € 25.000 toe, daar de docent tot aan de pensioengerechtigde leeftijd een lager inkomen zou hebben vanwege zijn IVA-uitkering.

Het Gerechtshof

De werknemer ging vervolgens in hoger beroep. Het Gerechtshof gaf de werknemer in hoger beroep gelijk. Het Gerechtshof was namelijk van oordeel dat het niet onaanvaardbaar is om aan de docent een volledige transitievergoeding toe te kennen. De werkgever legt de zaak uiteindelijk voor aan de Hoge Raad, maar de Hoge Raad deelt het oordeel van het Gerechtshof.

De Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde dat het recht op een transitievergoeding en de regels voor de berekening van de hoogte daarvan, nauwkeurig in de wet zijn omschreven. Dit blijkt onder meer uit het feit dat het voor de aanspraak op een transitievergoeding niet van belang is of de werknemer na het eindigen van de arbeidsovereenkomst werkloos is of ergens anders een baan heeft gevonden. Verder werd geoordeeld dat de wetgever onder ogen heeft gezien dat de wettelijke regeling van de transitievergoeding er mogelijkerwijs toe kan leiden dat een werknemer die kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt ontslagen, recht heeft op een transitievergoeding die hoger is dan het loon dat hij zou hebben ontvangen wanneer hij in dienst zou zijn gebleven. De Hoge Raad overweegt dat de toekenning van een (volledige) transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn, maar dat het Gerechtshof op een juiste wijze heeft geoordeeld dat in dit geval toekenning van een (volledige) transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is.

Conclusie

Uit de bovenstaande uitspraak blijkt dat werknemers die kort na het einde van de arbeidsovereenkomst de pensioengerechtigde leeftijd zullen bereiken, in aanmerking komen voor een volledige transitievergoeding. Een werkgever kan dit eventueel omzeilen door het dienstverband ‘slapend’ te houden totdat de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Voor werknemers kan dit echter nadelig uitpakken.

In geval van ontslag is het voor werknemers raadzaam om tijdig juridisch advies in te winnen over het recht op een transitievergoeding en de hoogte daarvan. Hetzelfde geldt voor werkgevers. Zowel de verschuldigdheid alsook de hoogte van een transitievergoeding zijn immers afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Ook buitenwettelijke omstandigheden kunnen een aanspraak op een transitievergoeding in de weg staan. Zo kan de toekenning van een (volledige) transitievergoeding naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

Vragen?

Heeft u nog vragen of heeft u behoefte aan advies over dit onderwerp, neemt u dan gerust contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.

[1] Hoge Raad 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1845.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon