Noodweer en rechtvaardigingsgrond



Onlangs stond ik in een procedure bij het Gerechtshof in Den Bosch een cliënte bij in een bijzondere kwestie.


Vele jaren geleden had zij een relatie. Haar toenmalige partner had wat agressieve neigingen. Op enig moment kreeg hij het aan de stok met haar toen puberende zoon, en dat ontaardde in een forse ruzie, waarbij haar vriend haar zoon wurgde en deze dreigde te stikken.

Hij greep de zoon bij de keel en drukte deze tegen de muur. Mijn cliënte zag dat destijds, en zoals een echte moeder haar kind beschermt, nam zij een ijzeren buis en sloeg op haar toenmalige partner in, tot die los liet. Maar nadat hij had losgelaten en terwijl hij naar de auto strompelde, sloeg zij hem nog een paar keer op rug en schouders.


Dat leidde destijds tot een strafrechtelijke procedure, haar partner deed aangifte van poging tot doodslag. De toenmalige advocate deed heel goed haar werk. Dat leidde ertoe dat de rechtbank oordeelde dat zij zich weliswaar schuldig had gemaakt aan poging tot doodslag, doch dat zij handelde uit noodweer en zelfs noodweer exces. De strafzaak destijds eindigde daarmede in het voordeel van cliënte.


Haar toenmalige partner en ‘slachtoffer’ nam daar echter geen genoegen mee. Hij startte vervolgens een civielrechtelijke procedure op, waarin hij zich op het standpunt stelde dat mijn cliënte onrechtmatig had gehandeld door hem met deze buis te slaan en blijven slaan. Hij eiste dus schadevergoeding. De rechtbank oordeelde in de lijn van de strafrechter. Mevrouw had weliswaar geslagen, maar omdat hij de keel van haar zoon had gewurgd, was daarvoor een rechtvaardigingsgrond aanwezig. Weliswaar heeft zij een onrechtmatige daad gepleegd, maar die leidt niet tot schadevergoeding want zij handelde uit noodweer. Ze mocht haar zoon beschermen.

Kortom, geen schadevergoeding oordeelde de rechtbank. De toenmalige partner ging in hoger beroep. Pas toen werd ik gevraagd in de procedure op te treden. Weer stelde de toenmalige partner zich op het punt dat mijn cliënte aansprakelijk was voor zijn schade. In hoger beroep stelde (de advocaat van) de toenmalige partner zich weer op het standpunt dat mijn cliënte niet had mogen slaan, niet zo lang had mogen doorslaan, en ook al was er in strafrechtelijke zin sprake van noodweer, dat zij in civielrechtelijke zin aansprakelijk was voor de door hem ten gevolge van de klappen geleden schade.


Dat leidde in hoger beroep tot een eerste tussenarrest, waarin het Gerechtshof oordeelde dat zij van mening was dat mijn cliënte had bewezen dat hij haar zoon had gewurgd. Echter, de toenmalige partner werd wel toegelaten om daar tegenbewijs tegen te leveren. Dat was namelijk zijn standpunt, die keel had hij helemaal niet dichtgeknepen.


Vervolgens vonden getuigenverhoren in hoger beroep plaats, waarbij mijn cliënte, haar zoon en de toenmalige partner nogmaals werden gehoord. Wat vervolgens geprobeerd werd, is om die getuigenverklaringen dan onderuit te halen. Door het lang tijdsverloop, de hele zaak speelde al kort na de eeuwwisseling, was de herinnering van mijn cliënte en haar zoon wat aangetast en wist zij niet helemaal precies meer hoe het was gegaan. Gelukkig prikte het Gerechtshof daar heel simpel doorheen, en oordeelde andermaal, dat er sprake was van een rechtvaardigingsgrond en dat het handelen van mij cliënte haar niet kan worden toegerekend.


Waarom is dit nu een bijzondere zaak? In dit geval gaan het civiele recht en het strafrecht eigenlijk hand in hand. Soms mag je een strafbaar feit plegen om een ander te beschermen. Als uit dat strafbare feit dan schade voortvloeit, geldt de regel eigen schuld dikke bult. Immers, er werd mijn cliënte een hele goede reden gegeven, om dit strafbare feit te plegen.

In het civiele recht is dan de vraag, of er sprake of van een onrechtmatige daad, die iemand kan worden toegerekend. De Rechtbank en het Gerechtshof oordeelde in die civiele zaak, dat er weliswaar onrechtmatig was gehandeld, maar dat mijn cliënte dit niet kan worden toegerekend.

Er zijn gevallen mogelijk, waarin dit anders uitvalt. Het zou dus kunnen dat een strafrechter oordeelt dat je dient te worden vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, maar dat dus in het civiele recht toch aansprakelijk bent voor de veroorzaakte schade. In hennepzaken komt dit vaak voor. Daarin is vaak sprake van stroomdiefstal. Vaak een woningeigenaar in het strafrecht wel vrijgesproken van die stroomdiefstal, maar oordeelt de civiele rechter dat die woningeigenaar wel aansprakelijk is voor de schade, die de netwerkleverancier heeft geleden. En dan gaan strafrecht en civiel recht niet hand in hand.


Voor cliënte dus een prachtig resultaat, in een affaire, die voor haar ruim 14 jaar heeft geduurd voordat deze was afgewikkeld.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon