Facebookonderzoek rechtmatig?



Hoever mag een bestuursorgaan gaan in de opsporing naar bijstandsfraude? Deze vraag werd opgeworpen door een belanghebbende wiens recht op uitkering werd ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep deed uitspraak op 4 juli 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:2284).

Het bestreden besluit werd genomen omdat het bestuursorgaan uit onderzoek was gebleken dat belanghebbende een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd.


Het vermoeden van deze gezamenlijke huishouding bleek het bestuursorgaan nadat een medewerker Facebookpagina’s van belanghebbende bekeek. Vervolgens werd nader onderzoek gepleegd.


Belanghebbende heeft in de procedure opgemerkt dat het bestuursorgaan de onderzoeksbevindingen niet aan het bestreden besluit ten grondslag mocht leggen, omdat het bestuursorgaan een ongerechtvaardigde inbreuk op het recht op respect voor het privéleven heeft gemaakt door het zonder enige indicatie voor fraude verrichten van onderzoek op Facebook. Belanghebbende heeft betoogd dat een dergelijk onderzoek onrechtmatig is en dat daarom de onderzoeksbevindingen buiten beschouwing moeten blijven.


Het raadplegen van Facebook voor een bestuursrechtelijk onderzoek betreft een inbreuk op het privéleven zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 EVRM. Ingevolge het tweede lid van voornoemd artikel kan echter er wel een rechtvaardiging zijn voor die inbreuk. De gerechtvaardigdheid van de inbreuk op het privéleven komt onder meer voort uit de bevoegdheid van het bestuursorgaan tot verrichten van onderzoek, artikel 53a Participatiewet.


Laatstgenoemd artikel geeft het bestuursorgaan de mogelijkheid steeds spontaan en opnieuw het recht op bijstand te onderzoeken, maar ook de bevoegdheid tot intrekking of herziening van dat recht als de feiten en omstandigheden daar aanleiding voor geven.


In de uitspraak wordt nog een keer benadrukt dat daaraan voorafgaand geen redengevend feit, signaal, grond of vermoeden is vereist. Kon het bestuursorgaan in redelijkheid gebruik maken van haar bevoegdheid door het raadplegen van Facebook? De Centrale Raad van Beroep vindt van wel, omdat er geen aanknopingspunten waren om te stellen dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid van zijn (discretionaire) bevoegdheid gebruik had kunnen maken . Belanghebbende kreeg dan ook geen gelijk. De Centrale Raad is overigens – en dat is te betreuren – niet ingegaan op de redelijkheid van het gebruikmaken van de bevoegdheid.


In dat kader is het dan ook wachten op toekomstige rechtspraak die de gerechtvaardigdheid van de inzet van dit onderzoeksmiddel wél bespreekt. Daarnaast zal de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming vanaf 25 mei 2018 welke evidente gevolgen zal hebben met betrekking tot deze materie. Daarover wellicht later meer.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon