Het slachtoffer voelt de ongelijkheid in zijn beurs


Onze regering heeft zich als doel gesteld om slachtoffers meer rechten toe te kennen. Op 1 juli 2016 zijn wetswijzigingen in werking getreden die tot gevolg hebben dat de rechten van slachtoffers in strafzaken zijn uitgebreid. Deze wetswijzigingen zien op een uitbreiding van het spreekrecht en van de uitkeringsmogelijkheden door het Schadefonds Geweldsmisdrijven. De slachtoffers van ernstige misdrijven kunnen nu gebruik maken van een onbeperkt spreekrecht. Slachtoffers mogen zich nu uitlaten over de schuldvraag en over de hoogte van de straf.


Waar de ongelijkheid tussen het slachtoffer en de verdachte duidelijk naar voren komt is de klachtprocedure tegen het niet vervolgen van een verdachte na een aangifte. Indien een slachtoffer aangifte doet van een misdrijf dan kan de Officier van Justitie besluiten om de verdachte niet te vervolgen. De Officier van Justitie informeert het slachtoffer schriftelijk over zijn standpunt om de verdachte niet te vervolgen. Het slachtoffer kan in dat geval binnen 90 dagen een artikel 12 Wetboek van Strafrecht procedure beginnen bij het gerechtshof. Het gerechtshof kan het klaagschrift gegrond of ongegrond verklaren. Indien het gerechtshof het klaagschrift gegrond verklaard, dan beveelt het gerechtshof de Officier van Justitie om de verdachte alsnog strafrechtelijk te vervolgen.


Het slachtoffer moet voor deze procedure een advocaat in de arm nemen. Het slachtoffer mag niet zonder advocaat naar het gerechtshof gaan. De overheid heeft dit in de wet vastgelegd. De kosten kunnen behoorlijk oplopen. De verdachte maakt uiteraard ook advocaatkosten omdat de verdachte de mogelijkheid krijgt om zich te verweren tegen het verzoek van het slachtoffer. Zoals gezegd, kan het gerechtshof het klaagschrift ongegrond (lees: de verdachte wint deze procedure) verklaren. In dat geval kan de verdachte via een verzoekschriftprocedure zijn advocaatkosten verhalen op de Staat der Nederlanden.


Indien het klaagschrift gegrond wordt verklaard (lees: het slachtoffer wint deze procedure) dan kan het slachtoffer zijn advocaatkosten niet verhalen op de Staat der Nederlanden. Het slachtoffer wint de procedure, maar de kosten van deze procedure komen voor zijn rekening. Hier wringt wat mij betreft de schoen. Het slachtoffer kan deze kosten niet vorderen in de strafzaak nu er geen rechtstreekse schade is door het bewezenverklaarde feit. De verdachte op grond van onrechtmatige daad civielrechtelijk aan te spreken, lijkt mij kansloos omdat de beslissing om niet verder te vervolgen in handen ligt van de Officier van Justitie. De Officier van Justitie heeft de beoordelingsvrijheid om zaken wel of niet te vervolgen. Derhalve kom je dan uit bij het leerstuk rechtmatige overheidsdaad waarbij het verkrijgen van schadevergoeding zeer lastig is.


In mijn optiek dient de regering de mogelijkheid te creëren dat advocaatkosten van slachtoffers bij een geslaagd artikel 12 procedure verhaald kunnen worden op de Staat der Nederlanden. Reden hiervoor is dat de artikel 12 procedure wordt begonnen naar aanleiding van een beslissing van de Officier van Justitie om de verdachte niet te vervolgen. Indien het gerechtshof de Officier van Justitie dwingt tot vervolgen, dan kun je spreken van een onjuiste beslissing van de Officier van Justitie. Derhalve dient wat mij betreft de Staat der Nederlanden in dat geval de advocaatkosten voor het slachtoffer te vergoeden. Nu is de situatie dat het slachtoffer weliswaar het gelijk aan zijn zijde krijgt, maar hij of zij wel hoge kosten moet maken voor een advocaat om dat gelijk te behalen.



Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon