Geheugenverlies


Op zaterdagnacht 3:00 uur ging de telefoon. “Kun je me komen ophalen in Tongeren, België?” Sandra sprong in de auto en reed naar mijn cliënt toe. Sandra zag hem. Hij liep langs de weg en keek naar de grond.

“Waar is je auto? Wat doe je hier eigenlijk? Wat is er gebeurd? ”

“Weet ik niet.”

“Gaat het met je?”

“Ik heb pijn aan mijn pols.”

Maar verder kreeg Sandra geen antwoorden. Cliënt staarde voor zich uit en wist het niet. Uiteindelijk heeft Sandra hem midden in de nacht in bad gezet en in bed gelegd. Maar ook bij het ontbijt kwam er geen duidelijkheid.

“Ik weet niet wat ik daar deed, waarom ik er was en wat er is gebeurd, Sandra, ik weet het echt niet.”

Diezelfde zaterdag, overdag vertelde de politie hen waar de auto was gevonden en dat de auto total-loss was. Tevens bleek dat er met de auto, een gloednieuwe pick-up van drie maanden oud, meerdere aanrijdingen hadden plaatsgevonden die nacht. De ravage was groot: meerdere auto’s en een kunstwerk op een rotonde waren beschadigd.

Maar gelukkig was cliënt verzekerd, via internet had hij een allrisk autoverzekering afgesloten. Of toch niet? Toen cliënt een beroep deed op de verzekering, ontving hij na enige tijd een brief. In deze brief vertelde zijn verzekeraar hem dat hij bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst het aanvraagformulier niet goed had ingevuld. Op de vraag of hem wel eens een verzekering was geweigerd of onder voorwaarden voortgezet, had cliënt ‘nee’ geantwoord. Volgens de verzekeraar had hij ‘ja’ moeten antwoorden, omdat vijf jaar eerder een verzekering door de verzekeraar geroyeerd was op grond van wanbetaling.

De verzekeraar gaf aan dat, zou hij de vraag goed hebben beantwoord, de verzekering dan nooit zou zijn afgesloten. En ten slotte, de verzekeraar vond de toedracht van deze aanrijding wel zo vreemd, er moest wel alcohol in het spel zijn. Ook om die reden keerde de verzekeraar niet uit.

Daarop heb ik namens cliënt de verzekeraar gedagvaard bij de rechtbank in Zutphen. Het aanvraagformulier was wel degelijk naar waarheid ingevuld. Maar zelfs, zo stelde ik, zou dat niet zo zijn geweest, dan nog zou de verzekering mijns inziens zijn afgesloten door de verzekeraar. Dan had de verzekeraar misschien een extra vraag gesteld hoe het kon dat die rekeningen toen niet betaald waren, maar daar was het bij gebleven. En ten slotte, er was in de verste verte geen bewijs van enig alcoholgebruik. Mijn conclusie, de verzekeraar moest alle gedekte schade uitbetalen.

De verzekeraar gaf aan dat er in het aanvraagformulier een andere vraag stond, dan in de brief die cliënt had ontvangen. Volgens de verzekering luidde de vraag: ‘Is u wel een eens verzekering opgezegd, geweigerd of onder voorwaarden voortgezet?’ En zou hem die vraag gesteld zijn, dan zou cliënt misschien niet de waarheid hebben verteld. Client had het aanvraagformulier niet meer. En in de procedure bleek, dat de verzekeraar het aanvraagformulier ook niet meer kon achterhalen. Dus riep de verzekeraar getuigen op. Twee van haar eigen medewerkers op de acceptatie-afdeling. Die moesten verklaren over de precieze vraagstelling in het aanvraagformulier en hun acceptatiebeleid.

Uit de getuigenverklaringen bleek dat allebei de vraagstellingen binnen de verzekeraar circuleerden. En op mijn volgende vraag: Stel dat cliënt ja had geantwoord, zou u de aanvraag dan geweigerd hebben?”, antwoordde de ene getuige dat die kans er zeker was, maar de andere getuige dat die aanvraag altijd zou zijn geweigerd.

De Rechtbank Zutphen oordeelde heel recent in het voordeel van cliënt dat er kennelijk meerdere aanvraagformulieren waren die circuleerden. En dat er bovendien geen duidelijk acceptatiebeleid was. Het door de verzekeraar aangeleverde bewijs was volstrekt onvoldoende en ondersteunde zelfs de beweringen van cliënt. Er was volgens de rechtbank geen enkele aanwijzing voor alcoholgebruik. Cliënt gaf aan niet te drinken, de politie had niet eens dat vermoeden geuit. Sandra, inmiddels al lang de ex-vriendin van cliënt, verklaarde dat cliënt niet zwabberend liep, niet naar alcohol rook en zij ook geen alcohollucht in haar eigen auto rook.

Tijdens de procedure liet de behandelend rechter zich wel ontvallen dat zij zo een vreemd verhaal met geheugenverlies nog niet had meegemaakt. Maar er was geen enkel bewijs dat het anders was!

De verzekeraar moet de schade vergoeden en kosten betalen. De schade in België bedraagt waarschijnlijk een bedrag van ongeveer € 80.000. De nieuwprijs van de pick-up was ongeveer € 40.000, daar komen nog afsleepkosten en de kosten van vervangend vervoer bij.

Mijn conclusie is dat als cliënt het erbij had laten zitten, hij was blijven zitten met een enorme schadepost. Wijkt je verhaal ook maar een beetje af van iets wat normaal is, dan gaan bij verzekeraar alle seinen op rood. Dit hoef je als klant van de verzekeraar zeker niet zomaar accepteren!

In deze zaak bevestigde een door de verzekeraar opgeroepen getuige (Sandra) het gehele verhaal van cliënt onder ede en gaf zelfs aan het ook echt vreemd te vinden. Maar het was zo gegaan. Raar maar waar.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon