Het PGB-budget, effe checken?


Iedere Nederlander die door ziekte, handicap of ouderdom zorg nodig heeft, kan in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget (PGB). De hulpbehoevende kan met het genoemde budget zelf die zorg inkopen die nodig is. Het geld dat hiervoor nodig is wordt via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) door het rijk beschikbaar gesteld.

Sinds 1 januari 2015 zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor de ondersteuning en begeleiding van hun inwoners. Het kabinet heeft ervoor gekozen om deze taak bij de gemeenten neer te leggen omdat het de omslag wil maken naar zorg dichtbij: ‘meer zorg in de buurt, meer samenwerking tussen aanbieders en houdbaar gefinancierde voorzieningen, zodat ook latere generaties er nog gebruik van kunnen maken’[1]. Het kabinet is van mening dat gemeenten meer maatwerk kunnen bieden en beter kunnen inspelen op lokale omstandigheden en zorgbehoeften van cliënten.

Op 5 mei 2016 publiceerden vakblad Binnenlands Bestuur en de NOS het bericht dat gemeenten 310 miljoen overhouden van WMO-budget[2][3]. Uit een onderzoek van Frontin Pauw in opdracht van Binnenlands Bestuur is gebleken dat bijna negen op de tien gemeenten in 2015 geld hebben overgehouden op het budget voor dagbesteding, begeleiding en ondersteuning. Zes op de tien gemeenten hadden eind vorig jaar nog geld op de plank liggen voor huishoudelijke hulp. In totaal gaat het naar schatting dus om een overschot van minimaal 310 miljoen euro.

In genoemd onderzoek is ook expliciet gevraagd naar de aard van de maatregelen waarop door de gemeenten is ingezet om binnen het budget te blijven. Voor zowel de Wmo als de Jeugdzorg blijkt dat er een mix van middelen is toegepast, variërend van strenger indiceren, innovatief inkopen, keukentafelgesprekken tot een beroep doen op eigen kracht van de hulpvragers. Gemiddeld genomen blijkt er iets meer te zijn gekoerst op een strengere indicatie en een beroep doen op eigen kracht dan op de andere maatregelen. Bijna negen op de tien gemeenten heeft in de enquête aangegeven dat zij geld overhielden op de budgetten voor dagbesteding, begeleiding en ondersteuning.

In de bestuursrechtpraktijk blijkt dat ook hulpbehoevende inwoners van Zuid-Limburg worden geconfronteerd met strengere indicaties waardoor zij minder zorg kunnen inkopen dan noodzakelijk is. Lang niet altijd wordt er maatwerk geleverd waardoor hulpbehoevende minder zorg krijgen. Helaas blijkt echter dat veel zorgbehoevenden genoegen nemen met een lager PGB-budget. Dagblad De Limburger publiceerde op 04 maart 2016 een artikel waaruit blijkt dat een peiling onder gemeenten in Limburg heeft aangetoond dat het aantal ingediende bezwaren minimaal is, uiteenlopend van nul tot enkele tientallen. Dit terwijl uit een peiling van Iederin, een belangenorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte, blijkt dat slechts 20 procent van de respondenten vindt dat de uitkomst van het keukentafelgesprek precies is wat men nodig heeft[4].

Twijfelt u of u bezwaar moet indienen tegen de hoogte van het aan u toegekende budget neem dan contact op met Boumans & Partners zodat wij u kunnen adviseren.

[1] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2012/10/29/regeerakkoord/regeerakkoord.pdf

[2] http://www.binnenlandsbestuur.nl/financien/nieuws/gemeenten-houden-310-miljoen-over-van-wmo-budget.9533886.lynkx

[3] http://nos.nl/artikel/2103303-gemeenten-houden-miljoenen-zorggeld-over.html

[4] http://m.limburger.nl/cnt/dmf20160304_00011810/bezwaar-maken-tegen-wmo-wie-durft

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon