LEUKER KUNNEN WE HET NIET MAKEN, WEL GEMAKKELIJKER


Iedereen in Nederland heeft te maken met de Belastingdienst. Als je niet netjes op tijd betaalt, moet je op je tellen passen. Op grond van de Invorderingswet mag de Ontvanger van de Belastingdienst namelijk boetes en rente opleggen. En daar blijft het niet bij, want als de Ontvanger de Belastingdeurwaarder inschakelt en die aan de deur komt met een dwangbevel, is het echt niet meer leuk. En ook niet gemakkelijk om een oplossing te vinden. Geld is er meestal niet, want dan was er al veel eerder betaald.

Bij bedrijven gaat de macht van de Ontvanger ver: maar ook de Belastingdienst mag het zich niet te gemakkelijk maken, zo oordeelde de Rechtbank Limburg pas geleden in een kort geding, dat ik had aangespannen tegen de Ontvanger van de Belastingdienst.

Wat gebeurde er? Mijn cliënte is een klein Limburgs familiebedrijf, gedreven in de vorm van een vennootschap onder firma. In 2012 verliest zij haar grootste klant. En daarmee valt een groot deel van de inkomsten weg. Binnen no time loopt het bedrijf achter de feiten aan en wordt er een belastingschuld opgebouwd. Alle zeilen worden bijgezet en het lukt uiteindelijk binnen een jaar of twee, het grote verlies op te vangen en het bedrijf weer levensvatbaar te maken. Maar ja, de schulden zijn er. Vooral de schuld bij de Belastingdienst: 50.000 Euro. Met boetes en rente totaal 110.000 Euro.

Voor de Ontvanger is de maat vol. Hij legt bodembeslag op de machines en inventaris en kondigt de openbare verkoop, de veiling aan: op een woensdag in april zou die plaatsvinden. Cliënte meldt zich bij me zegt dat zij de verkoop kost wat kost wilt proberen te voorkomen: zij is bezig met een schuldenregeling en kan me laten zien dat haar bedrijf weer levensvatbaar is.

Terwijl we samen met cliënte, de accountant en de bank het dossier doorlopen, valt ons op dat de Ontvanger niet de bedrijfsnaam heeft gebruikt op alle aanslagen en dwangbevelen, maar de achternaam van de vennoten met de aanduiding v.o.f. erachter. Hun achternaam is heel anders dan de bedrijfsnaam. Daarop hebben we een dag voor de veiling plaatsvond, in kort geding op grond van de Invorderingswet verzet aangetekend. De ontvanger is dan per direct verplicht de veiling af te blazen en deze verzetprocedure af te wachten. En zo geschiedde.

De rechtbank werd gevraagd de Ontvanger te verbieden deze dwangbevelen verder uit te winnen, onder meer omdat de dwangbevelen niet juist te naam waren gesteld. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst (Ontvanger) onzorgvuldig was geweest: omdat er in een bedrijf ook vaak machines en zaken van derden staan, is het heel belangrijk dat die derden weten dat hun eigendommen geveild gaan worden en daar zelf iets tegen kunnen doen. En als de Ontvanger zo slordig is, is dat onrechtmatig, oordeelt de rechtbank.

Het resultaat: de veiling is van de baan en de Belastingdienst moet weer helemaal van voren af beginnen. Alle aanslagen moeten opnieuw worden opgelegd en alle boetes en rente zijn vervallen: cliënte hoeft nog maar 50.000 euro te betalen! En nu maar hopen dat daar een oplossing voor wordt gevonden!

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon