Dwangsommen kwijtgescholden


Partijen hebben korte tijd een relatie gehad waarin de vrouw zwanger is geworden. Nog voor de geboorte van het kind wordt de relatie verbroken. De vrouw heeft de periode met de man namelijk als zeer onveilig ervaren. De man heeft nadien nauwelijks tot geen omgang met het kind gehad en vordert in kort geding een omgangsregeling. Gelet op de angst voor de man zag de vrouw er geen heil in haar jonge kind mee te geven met de man. De vrouw vreesde er namelijk voor dat het kind door het gedrag van de man geschaad zou worden in de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling.

De rechtbank in eerste aanleg besliste anders. De voorzieningenrechter was namelijk van mening dat er wel degelijk onbegeleide (!) omgang tussen het kind en de vader zou moeten plaatsvinden. Daarbij heeft de rechtbank een dwangsom opgelegd. Voor iedere keer dat de vrouw de omgangsregeling, na betekening voor het kort geding vonnis, niet zou nakomen verbeurde de vrouw een dwangsom van 250,00 per keer met een maximum van 10.000,00 euro. De moeder kon zich niet verenigen met de omgangsregeling en namens de moeder is er dan ook een spoedappel ingesteld. Het spoedappel werd afgewezen, het appel werd gedurende een standaard hoger beroep procedure behandeld.

In hoger beroep heeft zij nogmaals aangevoerd dat het verleden met de vader maakt dat de vrouw van mening is dat onbegeleide omgang tussen vader en kind niet in het belang is van het kind. Eén en ander maakt dat de vrouw tot aan de zitting van het hoger beroep géén omgang heeft toegestaan. De dwangsommen waren inmiddels aanzienlijk opgelopen. De man heeft daarbij uiteindelijk beslag gelegd op de inboedel van de vrouw. Echter, nu de kosten van de executie niet opwogen tegen de opbrengst heeft de man afgezien van de executie. Hangende het hoger beroep is er door partijen een bodemprocedure gestart. Partijen waren nog voor de behandeling van de kwestie in hoger beroep overeengekomen dat de man onder begeleiding omgang zou krijgen met het kind.

In het kader van de dwangsommen had de man echter nog een aanzienlijke vordering op de vrouw. De vrouw heeft in dit kader aangevoerd dat de dwangsommen in het verleden duidelijk geen prikkel waren geweest om de omgangsregeling na te komen. Het Gerechshof oordeelde als volgt: “De financiële prikkel zoals door de voorzieningenrechter in de vorm van dwangsommen is opgelegd, heeft tot op heden niet tot het gewenste resultaat geleid en het hof is van oordeel dat partijen in het belang van het kind, mede gelet op de recente uitspraak in de bodemprocedure, met een schone lei met elkaar verder moeten gaan in het verder vorm geven aan de omgangsregeling. Het hof acht het zorgelijk dat partijen nog zo heftig in een ex-partnerstrijd verwikkeld zijn en daarbij het belang van het kind geheel uit het oog lijken te verliezen. Het incasseren van in het verleden verbeurde dwangsommen dient thans geen doel meer in het tot stand brengen van een omgangsregeling in de periode voor de uitspraak in de bodemprocedure en staat in de weg aan een noodzakelijke verbetering van de onderlinge verhouding en communicatie tussen partijen. Het onder de gegeven omstandigheden doen incasseren van dwangsommen, juist nu een begeleide omgang aanstaande is acht het hof ook niet in het belang van de minderjarige”. Kortom, de vrouw hoeft de verbeurde dwangsommen ad 10.000,00 euro niet te voldoen!

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon