Dodelijk ongeval met motor


Deze uitspraak is gepubliceerd op Rechtspraak.nl

Deze zaak werd door de Hoge Raad terugverwezen naar het gerechtshof en tijdens de twee behandeling in hoger beroep, nam het Openbaar Ministerie onverwachts een ander standpunt in dan tijdens de eerste behandeling in hoger beroep.

Er was volgens het Openbaar Ministerie tóch sprake van doodslag en poging doodslag, in plaats van roekeloos rijgedrag in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet juncto artikel 175 lid 2 Wegenverkeerswet. Dit terwijl het Openbaar Ministerie tijdens de eerste behandeling in hoger beroep concludeerde dat er géén sprake was van doodslag (feit 1) alsmede poging doodslag (feit 2). Het Openbaar Ministerie spreekt met twee monden en eist een gevangenisstraf van 59 maanden gevangenisstraf ter zake feiten 1 en 2.

Ik bepleit echter dat er géén sprake is van doodslag, poging doodslag nóch van roekeloos rijgedrag. Ik vind de eis van de Advocaat-Generaal veel te hoog. Het gerechtshof deelt mijn visie en spreekt verdachte vrij van doodslag, poging doodslag en roekeloos rijgedrag. Mijn cliënt wordt wel schuldig bevonden aan overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet en krijgt voor deze feiten een gevangenisstraf voor de duur van 23 maanden en een rijontzegging voor de duur van vier jaren.

Waar gaat de zaak over.

Mijn cliënt haalt rijdend op zijn motor, met zeer hoge snelheid (sneller dan daar is toegestaan) via de rijstrook voor het tegemoetkomend verkeer in. Hij nadert een kruispunt en ziet niet - terwijl hij nog bezig is met inhalen - dat op dat moment een voertuig links af wil slaan. Mijn cliënt kan niet op tijd remmen en ook niet voldoende uitwijken, met als gevolg de dood van de bestuurder van het voertuig en zwaar lichamelijk letsel van de mede-inzittende. Mijn cliënt rijdt op een voor hem onbekende motorfiets met zware motor en heeft geen rijbewijs.

De vraag die in deze zaak speelde is: Wanneer is er nou sprake van roekeloos rijgedrag? Ondanks de terugverwijzing van de Hoge Raad, heeft het Hof in haar laatste arrest wederom geen standpunt ingenomen over het begrip ‘roekeloosheid’, ondanks mijn uitgebreid pleidooi waarin ik onder andere het volgende aanvoerde:

Van roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm zal in slechts uitzonderlijke gevallen sprake zijn. De term “roekeloosheid” in de zin van de wet, valt niet noodzakelijkerwijs samen met wat in het normale spraakgebruik onder “roekeloos” wordt verstaan, in de betekenis van “onberaden”. Bij de beoordeling komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van roekeloosheid.

Bij roekeloos rijgedrag neemt een bestuurder de gevolgen van zijn rijgedrag op de koop toe, hetgeen is gelegen in zijn ongeremde houding. Men kan de voorzienbaarheid aannemen op basis van de strafbare verwijtbaarheid, hetgeen de zwaarste vorm van schuld rechtvaardigt. Het gaat dus om niet voorziene situaties, die dit toch geacht worden te zijn vanwege de strafbare verwijtbaarheid in kwestie.

Een en ander sluit een voorwaardelijk opzet uit, nu dit om kwesties gaat waar er feitelijk sprake is van het op de koop toenemen van een bepaald gevolg. In een dergelijke geval is er sprake van een mogelijkheidsbewustzijn, terwijl dit bij roekeloosheid slechts achteraf wordt aangenomen op basis van de strafbare verwijtbaarheid.

Ten aanzien van de bewustbaarheid van de mogelijke gevolgen heb ik verwezen ik naar de verklaring van de bestuurder ter zitting. “Ik heb mij niet gerealiseerd dat ik een groot risico liep op letsel of overlijden als ik ergens tegenaan zou rijden. Ik ben niet gaan inhalen met de gedachte: ‘wat er ook gebeurd, ik neem het risico wel’. Ik wilde gewoon de auto’s voorbij gaan en toen ineens gebeurde het ongeval.”

Mijn cliënt nam de gevolgen niet op de koop toe, nu de gevolgen niet in de lijn van zijn verwachting lagen. Hij was zich niet bewust van de mogelijkheid tot onderhavige desastreuse gevolgen, hetgeen hem in de gegeven omstandigheden niet toe te rekenen valt als zijnde de zwaarste vorm van schuld. Hij maakte een inschattingsfout, een grove verkeersfout en handelde onvoorzichtig en oplettend.

Volgens mij gedraagt iemand zich aldus roekeloos als hij zich als een wilde dwaas gedraagt, iemand die het allemaal “om het even” is. Welke betekenis het begrip ‘roekeloosheid’ uiteindelijk gaat krijgen, is nog steeds de vraag. Het Hof kwam - ondanks de uitdrukkelijke visie en uitlokking van de verdediging – niet met de oplossing.

Het Openbaar Ministerie bleef helemaal op de oppervlakte en handhaafde slechts de eis van doodslag en poging doodslag; feiten die in ieder geval geenszins bewezen konden worden, noch in de buurt van roekeloosheid komen!

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon