Bijstand bij verhoor minderjarige


Sinds kort wordt justitie eigenlijk verplicht door rechters om de advocaat toe te laten bij het verhoor van minderjarigen en dat verdachten voordat zij worden verhoord eerst mogen spreken met hun advocaat.

Deze zaak begon met een telefoontje van de politie waarbij een jeugdige cliënte (13 jaar) verhoord zou gaan worden door hen voor een vermeende mishandeling. De mishandeling zou hebben plaatsgevonden tussen mijn cliënte en een ander 13-jarig meisje. Cliënte zou met de vlakke hand een klap hebben gegeven in het gezicht van het slachtoffer. Ik zat bij dat verhoor en adviseerde haar in dit geval om te erkennen wat er was gebeurd. Echter, wat zeer belangrijk was, zij werd enorm gepest door het 'slachtoffer'. Na lange pesterijen heeft mijn cliënte haar emoties niet meer kunnen bedwingen en heeft haar, overigens ten onrechte, een klap in het gezicht gegeven. Uiteraard, en dat wil ik graag onderstrepen, keur ik het niet goed dat er op onze schoolpleinen geslagen wordt, maar het is nu ook weer niet zo dat een halszaak is. Ik kwam er echter bedrogen uit, want voor justitie was dit kennelijk wel een halszaak. Na het verhoor gaf ik de schoolagente aan dat ik graag op de hoogte gehouden wilde worden van deze zaak. “Uiteraard,” werd er gezegd: “wij houden u op de hoogte.”

Vervolgens heb ik niets meer gehoord en zoals gebruikelijk stuur ik een briefje naar het Openbaar Ministerie, waarin ik mij aanmeld als zijnde de advocaat van cliënte. Hierop kreeg ik geen gehoor. Deze gang van zaken vond ik vreemd en toen ik contact opnam met de politieagente in kwestie vernam ik, tot mijn volstrekte verbazing, dat cliënte een taakstraf zou worden aangeboden en dat de advocaat niet zou worden uitgenodigd op het moment dat de betreffende taakstraf zou worden aangeboden aan de cliënte.

Ik was natuurlijk absoluut niet blij met deze ontwikkeling. Ik diende cliente ook bij dit gesprek bij te staan, zodat ik in ieder geval kon aangeven aan de Officier van Justitie dat de taakstraf van 30 uur die zij wilde opleggen te excessief was. Ik vond dat hier van bagatelzaak een mega zaak werd gemaakt.

Ik nam vervolgens contact op met de moeder van cliënte, die mij verteklde dat het gesprek inmiddles al had plaatsgevonden en dat zij de taakstraf had geaccepteerd, omdat zij dacht dat dit het beste was. De moeder vertelde mij dat zij nog gevraagd had waarom ik hierbij niet aanwezig was. Justitie gaf te kennen dat dit niet nodig was, dat zij gewoon bij het kruisje kon tekenen en haar dochter de taakstraf netjes zou kunnen gaan uitvoeren. Case Closed, aldus justitie.

Hierop heb ik mijn ongenoegen aan het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt. Daarbij heb ik hen ook laten weten dat cliënte de taakstraf op mijn advies niet zal gaan uitvoeren en dat ik wenste dat er een nieuwe beslissing / gesprek zou volgen waarbij ik aanwezig zou zijn. Inmiddels was het mij ook bekend dat de jeugdreclassering een advies had gegeven voor de straf aan justitie. Het advies luidde: “standje bij het parket.” Dit betekent enkel een gesprek met de minderjarige verdachte en dat haar op een opvoedkundige wijze wordt verteld dat zij geen klappen mag uitdelen op een schoolplein.

Na een lange tijd niets meer vernomen te hebben en mij afvragend hoe deze zaak verder zou verlopen, viel er een dagvaarding op de mat van mijn cliënte om te verschijnen voor de kinderrechter. Ondanks dat het Openbaar Ministerie wist dat ik de advocaat was, kreeg ik geen kopie van de dagvaarding, terwijl dit wel verplicht is.

Ik vond dat er door het Openbaar Ministerie zo onbehoorlijk gehandeld was dat ik de rechtbank verzocht heb het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in haar vervolging. Ik vond dat zij moedwillig de rechten van mijn cliënte, een kind nota bene, hadden geschonden. Zij hebben mij in deze zaak opzettelijk uitgeschakeld.

Na lang wikken en wegen en nadat de officier van justitie ook nog een vroeg om aanhouding om na te denken over deze zaak, maakte de kinderrechter korte metten met deze zaak. De kinderrechter vond dat er zodanig gehandeld was, dat het Openbaar Ministeriec cliënte niet mochten vervolgen. Zij hoefde de taakstraf dus niet meer uit te voeren.

De zaak was echter nog niet tot een einde gekomen. Het Openbaar Ministerie ging vrijwel direct in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Bosch. Zij waren het hier niet mee eens en vonden dat zij naar behoren gehandeld hadden. Zij vonden in de kern dat het niet nodig was om de advocaat in kennis te stellen, het ging immers maar om een taakstraf van 30 uur. Het Openbaar Ministerie vindt dat het verlenen van professionele rechtsbijstand afhankelijk moet zijn van de eventuele op te leggen straf. Dit kan niet de bedoeling zijn!

Het gerechtshof maakte ook korte metten met de standpunten van het Openbaar Ministerie. Fenomenaal. De rechtbank alsook het gerechtshof vonden dat deze handelswijze absoluut niet door de beugel kon.

Mijn cliënte is daarmee ook niet veroordeeld voor dit feit en zij heeft hierdoor ook geen strafblad. Dit was ook een heel belangrijk argument om cliënte hierover goed te adviseren over de eventuele gevolgen bij het accepteren van een taakstraf van justitie. Immers, zij kan nu volhouden dat zij nooit veroordeeld is voor een misdrijf.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

Telefoon 045-571 4576

Fax 045-5713026

 

info@boumans-adv.nl

Openingstijden:

Ma-vr 8:30 tot 17:00 uur

Samenwerking

Algemene voorwaarden

Privacy statement

Klachten

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon